Cinema Cardemom presenteert: Akka On My Mind (2019) + Upshot (2024)

Op zaterdag 20 juni, Wereldvluchtelingendag, presenteert Cinema Cardemom een double bill rond Palestijnse cinema, met de documentaire Akka On My Mind (2019) en de bekroonde kortfilm Upshot (2024). Regisseur Mahmoud Albishtawi (Akka On My Mind) zal beide films inleiden, en nadien mee de avond afsluiten met een Q&A (in het Engels) over zijn eigen werk, Shatila en Palestijnse cinema.
Akka On My Mind werd gemaakt zonder budget of filmploeg: Mahmoud noemt het een film “over gestolen land, gefilmd met een gestolen camera”. Vanuit het vluchtelingenkamp Shatila in Beiroet verweeft Mahmoud zijn eigen verhaal met dat van anderen die er een toevlucht hebben gevonden. We ontmoeten Maryoma, een migrant uit Bangladesh, Khaled, een Syrische jongen die de oorlog in Aleppo ontvluchtte, en Mahmoud zelf, die een Palestijnse vluchteling is en opgroeide in het kamp met zijn grootvader die in 1948 zijn geboortestad Akka moest verlaten.
Met een vrije, speelse filmtaal – hij omschrijft het zelf als “jazzy cinema” – verkent de film wat het betekent om een thuisland te verliezen en elders een nieuw thuis te creëren. De film toont de diversiteit aan levenswijzen in Shatila, een kamp dat het symbool is geworden van het “thuisland” voor ontheemden, en de toevluchtsoord waar iedereen zijn eigen Akka kan herscheppen.
Na de documentaire vertonen we Upshot (2024), een kortfilm van de Palestijnse filmmaker Maha Haj.
In deze beklijvende film volgen we Suleiman en Mona, een koppel dat samen met hun vijf kinderen een eenvoudig en ogenschijnlijk vredig leven leidt, omringd door hun dieren en olijfbomen. Wanneer een journalist hen bezoekt en oude wonden openrijt, wordt duidelijk hoe broos dat evenwicht is. Met een sobere maar krachtige beeldtaal weet Maha Haj in iets meer dan dertig minuten een grote emotionele intensiteit op te bouwen.
Na de vertoning volgt een gesprek met Mahmoud Albishtawi over zijn film (in het Engels).
Mahmoud Albishtawi
Mahmoud Albishtawi werd twee keer geboren: in Latakia en Beiroet, in 1997 en in het jaar 49 AN (“After Nakba”). Daarmee benadrukt hij dat tijd geen vaststaand begrip is en plaatsen eerder een voorrecht dan een zekerheid.
Zijn drang om kunstenaar te worden ontstond vanuit het besef dat “kunst een carrière in ons zoekt”, gevoed door jeugdherinneringen aan een ongezonde hoeveelheid Fujicamera’s.
Zijn artistieke praktijk wordt gekenmerkt door een overlevingsinstinct: voortdurend geworteld in de werkelijkheid, maar tegelijk doordrongen van fictie. In zijn werk onderzoekt hij thema’s als ballingschap, liefde en de absurditeit van het leven.
Hij nam deel aan uiteenlopende tentoonstellingen, performances en residenties over de hele wereld, waaronder het Arab Week Festival in Parijs en projecten in Oslo en Brussel.
Hoewel hij veel waarde hecht aan onderscheidingen zoals de goedkeuring van zijn moeder en de erkenning van zijn Palestijnse identiteit door zijn vader, vindt hij zijn belangrijkste inspiratie in mensen en ervaringen, grenzen, geliefden en vijanden.
Voor Mahmoud is kunst een transformerend proces. Kunstenaars zijn volgens hem de dragers van hun verhalen en inspiratiebronnen, terwijl het uiteindelijke resultaat tegelijk betekenisvol én onderhoudend moet zijn.
Voor de toekomst koestert hij één bijzondere ambitie: ooit een punt bereiken waarop hij zich als mens niet langer geroepen voelt om kunst te maken.
